Renovatie 
Binnenhof

Nieuwe techniek in een eeuwenoud pand

De renovatie van het Binnenhof is een enorme puzzel, die ‘behapbaar’ is gemaakt, zoals projectmanager restauratie Eddy de Veer dat noemt, door het in veel deelprojecten op te knippen. De voortdurende ontmoeting tussen historie en moderne tijd is met name spannend bij het aanbrengen van nieuwe installaties. Nieuwe voorzieningen die nodig zijn om veilig en prettig te kunnen werken verwerken in een eeuwenoud monument: hoe doe je dat, bijvoorbeeld in het zeer monumentale gebouw J?

Niet de gemakkelijkste route

Het inbouwen van nieuwe, moderne installaties onder eeuwenoude vloeren, achter houten lambriseringen, wandbespanningen of historisch tegelwerk: altijd lastig, maar hier wel extreem, ziet Marjella Prins, planontwikkelaar bij Nico de Bont: “Het bij elkaar brengen van alle ontwerpen, vragen en wensen in een goed uitvoeringsplan is complex. Architecten, duurzaamheidsadviseurs, kunsthistorici en Monumentenzorg: iedereen zit in de ontwerpfase toch een beetje in zijn eigen theoretische bubbel. Het is heel moeilijk om het geheel, zeker in de uitvoering, te overzien. De vaklieden die de cv-installaties aanleggen kiezen normaal gesproken altijd de kortste route voor hun buizen, maar daar staat dan opeens een lambrisering die niet weg kan. Of een historische balk waar je niet doorheen mag. Daar moet je met elkaar zo goed mogelijk uitkomen.”

Bij de renovatie van de Oude Zaal is besloten om terug te gaan naar 1797. De wanden en het plafond waren toen nog kalkwit geschilderd en op de deuren verscheen toen een houtimitatie.

Laagjes geschiedenis zonder papieren

Het Binnenhof ontstond in de 13e eeuw als grafelijk kasteel. Door de eeuwen heen groeide het complex organisch uit tot een verzameling gebouwen rond een binnenplaats. In tegenstelling tot veel andere regeringsgebouwen in Europa, is het Binnenhof dus nooit als één samenhangend complex ontworpen. Het is een gelaagd geheel van bouwstijlen, constructies en technische systemen uit allerlei tijdvakken. Die historische gelaagdheid is prachtig, maar maakt het geheel ook kwetsbaar en zorgt voor talloze complicaties. Installaties zijn verouderd, funderingen ongelijk belast, leidingen lopen kriskras door monumentale wanden en plafonds. Tekeningen en goede documentatie over gebruikte materialen en constructies ontbreken vaak, omdat de gebouwen door de eeuwen heen regelmatig zijn opgeknapt, uitgebreid of gerenoveerd – en er toen nog geen BIM was om dat allemaal netjes in vast te leggen. “En omdat soms wel, maar soms ook niet alle aanpassingen goed zijn vastgelegd, moet je uiteindelijk alle archiefmateriaal in het werk controleren”, vertelt Marjella. “We zijn dus de eerste jaren alleen maar bezig geweest met onderzoek en alles vastleggen.”
 

Alles bespreekbaar maken

“Op een gegeven moment zijn we samen met de collega’s van Croonwolter&dros mock-ups gaan maken van het kritieke installatiewerk in gebouw J. Zodat iedereen er even omheen kon lopen, zelf kon zien wat het zou worden en erover mee kon discussiëren. We waren toen al een heel eind met de calculatie, maar van de mock-ups schrok iedereen zich werkelijk de tandjes. Gevolg: het uitvoeringsplan voor het leidingwerk werd afgekeurd.”

“We zijn toen met elkaar opnieuw het gebouw in gegaan, op zoek naar betere oplossingen en optimalisaties. Alles, werkelijk alles hebben we nogmaals bekeken, gewikt, gewogen, uitgedokterd en gecalculeerd. Kunnen we dit of kunnen we dat, kan er niet tóch een spant op die plek, kunnen we daar misschien in de muur frezen of een voorzetwand maken... Daar is toen een veel beter plan uit voortgekomen. Over de nieuwe mock-ups was iedereen heel enthousiast. Dat was gelukkig vlak voordat de contracten werden getekend, zodat de nieuwe afspraken daarin nog net konden worden meegenomen. Het moment van afkeuren was dus eigenlijk heel prima. Als dat tijdens de uitvoering gebeurd zou zijn, hadden we gelijk 40 mopperende timmerlieden en monteurs aan ons bureau gehad – en zou dat meteen ingrijpende consequenties hebben gehad voor de planning van heel veel andere werkzaamheden. Want alles hangt met elkaar samen.”

In de oorspronkelijke grachtvulling en in de dempingslagen hebben archeologen mooie vondsten gedaan, waaronder een majolica bord met een schildering van een paard en een apothekerspotje van Italiaanse faience met een tekening van een vogel, beide daterend van eind 16e eeuw.

Mooi stukje oponthoud

Marjella: “Op een gegeven moment vonden we ergens een héél oud stuk behang ‘goudleerimitatie’, dat is papieren behang met ingelegde, gouden patronen. We wisten wel dat er zoiets gezeten moest hebben, maar het origineel was al lang vervangen. Toen we een kastenwand moesten demonteren om de onderliggende vloer aan te pakken kwamen we een origineel stuk tegen. Ja, fantastisch is dat, zo’n ontdekking. Maar je gaat op een gegeven moment ook denken: oh jee, daar hangt weer een stukje oponthoud, haha. We hebben inmiddels een leverancier gevonden, die dat originele behang exact zo kan maken, dus het komt wél weer in zijn oude glorie terug. Mooi verhaal is ook de restauratie van de terrazzovloeren in gebouw J. Het atelier dat hieraan werkt, is steeds van vader op zoon en van leermeester op leerling overgegaan. De kisten met terrazzosteentjes waar ze nu mee werken, is waarschijnlijk ook nog voor de oorspronkelijke vloer gebruikt

Steeds nieuwe verrassingen

Hans Dobbe, projectdirecteur op het Binnenhof namens Croonwolter&dros, geeft toe: hij ligt wel eens wakker van de historische kwetsbaarheid van het Binnenhof. “Wij zijn bij Croonwolter&dros voornamelijk gewend om in nieuwbouwprojecten snel en goed werk te doen. Hier kun je niet zomaar even gaten in de muur boren om bijvoorbeeld een bevestigingsrail te monteren. Er is hier een heel andere werkmentaliteit voor nodig en veel meer overleg met de mensen van Nico de Bont. In de voorbereiding, maar ook in het werk zelf. We borgen dat door in de monumentale omgeving met een vast team van Croonwolter&dros’ers te werken. Zodat restaurateurs en installateurs elkaar gaan begrijpen en elkaars taal gaan spreken. De afgelopen honderden jaar is er heel wat gefrutseld aan het Binnenhof. Achter elk plafond dat je openmaakt, zit weer een nieuwe verrassing. De kunst is voor ons dan, om onze collega’s van J.P. van Eesteren en Nico de Bont even de tijd te geven om het uit te knobbelen. En niet voor de kortste klap te gaan.”

En nu: aan het werk

Het project is nu wel op een kantelpunt aangekomen, vertelt Hans. De uitvoeringsplannen zijn nu nagenoeg klaar. Om geen tijd te verliezen, is een deel van de werkzaamheden al gestart op plekken waar dat kon. Voorbeeld: J.P. van Eesteren is al begonnen met de aanleg van ‘de kuip’ voor de nieuwe publieksentree. Hans: “Tot nu toe werden we geregeerd door onvoorspelbaarheid, maar dat is nu wel klaar. Er ligt inmiddels een nieuwe planning. Haalbaar, maar de rek is er wél uit. We hebben dus afgesproken met elkaar: als we nu nog verrassingen tegenkomen, moeten we het proberen binnen de planning op te lossen. Bijvoorbeeld door te zorgen dat we met de inzet van extra mankracht tóch de milestones halen. Ook als dat hier en daar ten koste gaat van een vrije zaterdag of een avondje op de bank thuis. We doen teamsessies in alle bouwstromen, om iedereen ervan te doordringen wat er gedaan moet worden, dat we het nu moeten gaan waarmaken en wat het van ons vraagt.”

Dit artikel (Verhaal 2 - Nieuwe techniek in een eeuwenoud pand) verscheen eerder in TBI magaZIN, zomer 2026.

De karakteristieke zolder van gebouw C, onderdeel van het Tweede Kamercomplex, wordt omgebouwd tot werkruimte.

Renovatie van een dakkapel van gebouw C van de Tweede Kamer.

Meebouwen op het Binnenhof

Dit is ’m: die ene keer dat jij het Tweede Kamercomplex op het Binnenhof kunt renoveren. Een bekende locatie met ongekende uitdagingen. Daar zijn slimme, haalbare oplossingen voor nodig. Pak jij deze unieke kans? 

Stuur artikel door