Niki Loonen over de Scheepsbouwloods
Verschenen in: rubriek Supergaaf - Bouwwereld
Tekst: Peter de Winter
Fotografie: Bert Rietberg
Op het terrein van de voormalige Rotterdamsche Droogdok Maatschappij (RDM) staat een gigantische scheepsbouwloods die zijn rauwe kracht en industriële allure tot op de dag van vandaag uitstraalt. Niki Loonen, civiel adviseur bij TBI en specialist in duurzaam beton, noemt het gebouw zonder aarzeling “supergaaf”.
Hij vertelt waarom dit industriële monument hem blijft fascineren en welke lessen de bouwsector eruit kan trekken. Loonen is van huis uit civiel ingenieur en werkte jarenlang bij adviesbureau ABT voordat hij zich bij TBI volledig toelegde op de verduurzaming van beton. Zijn liefde voor grote industriële gebouwen verklaart zijn enthousiasme voor de scheepsbouwloods. “Die loods heeft dezelfde grootsheid als de oude stationsgebouwen in Europa”, zegt hij. “Het zijn een soort stalen kathedralen. Vorm volgt functie, maar dan op een manier die meer dan een eeuw later nog steeds indruk maakt. Metselwerk, geklonken staal, robuuste proporties – het is prachtig dat het Havenbedrijf Rotterdam dit erfgoed niet alleen conserveert, maar er ook weer een bruisende plek van maakt.”
Zodra je gaat poetsen en gladstrijken, verlies je de ziel van zo'n gebouw.
Niki Loonen, civiel adviseur bij TBI en specialist in duurzaam beton
Emotionele lading
Voor Loonen zit de fascinatie niet alleen in de schaal of techniek, maar ook in de emotionele lading van het gebouw. “Als je onder dat dak staat, voel je letterlijk de geschiedenis. 100 jaar geleden liepen hier vakmensen rond die oceaanstomers bouwden. Die energie, de maakmentaliteit, hangt er nog steeds. Het is alsof je deel uitmaakt van een groter verhaal dat generaties overstijgt.”
Daarnaast ziet hij de loods als een symbool voor de veerkracht van Rotterdam. Waar de scheepsbouw ooit ten onder ging aan de internationale concurrentie, staat nu een plek die innovatie, onderwijs en samenwerking ademt. “Dat is de kracht van dit soort erfgoed”, vindt Loonen. “Het gaat niet alleen om baksteen en staal, maar ook om identiteit. Voor een havenstad als Rotterdam is het onmisbaar om zulke iconen levend te houden en opnieuw betekenis te geven.”
Van Scheepsbouwloods naar innovatiehub
De geschiedenis van de loods is nauw verbonden met de Rotterdamse scheepsbouw. Hier rolden ooit oceaanstomers als de SS Rotterdam van de helling. Na het faillissement van RDM in 1995 leek het doek definitief gevallen, maar de herontwikkeling van het terrein bracht nieuw leven. Tegenwoordig is de loods een centrum voor innovatieve maakindustrie, onderwijs en events. Belangrijk: de functie van scheepsbouw bleef behouden. Nog steeds worden schepen onderhouden in de immense hal. Daarmee onderscheidt het gebouw zich van veel andere herbestemmingen. Dit is geen radicale transformatie, maar een conservering met voortzetting van de oorspronkelijke functie.
Een vloer die geschiedenis schrijft
Loonen raakte zelf bij het project betrokken via de vernieuwing van de vloer. “De oude vloer was volledig versleten. De uitdaging was om een nieuwe vloer te maken die bestand is tegen zware industriële belastingen, maar ook een veel lagere milieu-impact heeft.” Samen met het Havenbedrijf Rotterdam en aannemer J.P. van Eesteren werd voor een deel van de vloer gekozen voor een innovatieve oplossing: een cementloze geopolymeer betonvloer met een hybride wapening van staalvezels en traditionele netten. “Dat was echt spannend”, vertelt Loonen. “Voor industriële belastingen is dit echt uniek. De staalvezels maken de wapening veel effectiever, waardoor we de vloer dunner konden maken, met minder staal en een veel lagere carbon footprint. Het scheurgedrag bleek bovendien perfect. Dit project laat zien dat je innovatieve, duurzame vloeren kunt maken die beter presteren én milieuvriendelijker zijn. Een echte win-winsituatie.”
Details die inspireren
Wat Loonen persoonlijk raakt aan de scheepsbouwloods zijn de robuuste details. Van de scheepsbouwloods is de funderingswijze onbekend, maar het feit dat ook gebouwen met 100 jaar oude houten funderingen nog steeds trots overeind blijven staan, vindt hij indrukwekkend. Het laat volgens hem zien hoe degelijk er destijds gebouwd is. Ook de monumentale deuren spreken tot zijn verbeelding. De originele, groene stalen deur met verweerd patina kon niet langer dienstdoen in de dagelijkse scheepsoperaties, maar kreeg een tweede leven als scheidingswand in de hal. “Die wand is een kunstwerk op zich. Zulke keuzes maken duidelijk dat hier met respect en creativiteit met het erfgoed wordt omgegaan. Doordat de oude deur bij de renovatie behouden bleef, krijg je het beste van twee werelden: functionaliteit en erfgoedwaarde.” Tegelijkertijd erkent Loonen dat het vervangen van de deur onvermijdelijk was. “Vroeger hoefde de monumentale deur maar zelden open. Een schip werd in de loods gebouwd en pas als het volledig klaar was, ging de deur open om hem naar buiten te laten. Dat gebeurde hooguit een of twee keer per jaar en het kostte veel tijd. Soms duurde het wel een hele dag voordat die enorme constructie helemaal open was. Voor dat gebruik was de oorspronkelijke deur prima geschikt.”
Moderne variant
Nu is de situatie anders. Op de werf worden geen nieuwe schepen meer gebouwd, maar bestaande schepen worden gerenoveerd en onderhouden. Dat betekent dat de deur veel vaker gebruikt moet worden, soms meerdere keren per week. Een deur die er een dag over doet om te openen, past daar niet meer bij. Daarom is gekozen voor een moderne variant die snel open en dicht kan. Volgens Loonen sluit de nieuwe deur technisch goed aan bij de huidige manier van werken, terwijl de oude deur als wand in de hal bewaard bleef. “Zo heb je de functionaliteit die je vandaag nodig hebt én de erfgoedwaarde die het gebouw karakter geeft.” Het behoud van de industriële sfeer is volgens Loonen cruciaal. “Zodra je gaat poetsen en gladstrijken, verlies je de ziel van zo’n gebouw. Het patina, de rauwheid, dát maakt het gebouw waardevol. Tegelijkertijd spelen duurzaamheid en onderhoud een hoofdrol. Het staal in de gevel en de dakbedekking moeten consequent onderhouden worden, net zoals bij de Eiffeltoren. Doe je dat goed, dan kan de loods over 100 jaar opnieuw een renovatie ondergaan. De toekomst van dit gebouw zit hem in onderhoud en respect voor het oorspronkelijke karakter.”
Schoolvoorbeeld
De scheepsbouwloods op het RDM-terrein is in Loonens ogen een schoolvoorbeeld van hoe industrieel erfgoed toekomst krijgt zonder zijn identiteit te verliezen. Voor de bouwsector zijn er volgens hem meerdere lessen te trekken: “Behoud waar mogelijk de functie. Transformatie hoeft niet altijd vervreemding te betekenen. Zet in op innovatie. De geopolymeer-betonvloer laat zien dat verduurzaming ook prestaties kan verbeteren. Koester de rauwheid. Patina en robuuste details zijn geen obstakels, maar juist kwaliteiten. Als we gebouwen als deze goed onderhouden en slim blijven innoveren, kunnen ze nog generaties lang een rol spelen. Dat is de kracht van industrieel erfgoed.”