Aan duurzaamheid bouwen in de praktijk
Vanaf 2032 wil J.P. van Eesteren 100 procent groen bouwen. Om die ambitie straks te realiseren, zet de TBI-onderneming nu stappen in duurzaamheid in alle projecten – ook wanneer er een traditioneel bestek is, binnen de eisen van het bouwbesluit. Het Rotterdamse nieuwbouwproject RottaNova is een mooi voorbeeld. Hier wordt als bouwcombinatie met Dura Vermeer ingezet op een CO2-reductie van meer dan 10% op de totale CO₂-uitstoot in de materialen.
Duurzame keuzes maken is relevant in alle fases van een bouwproject. Aan de voorkant worden de grote keuzes gemaakt: wordt het renovatie of nieuwbouw, wat zijn de vormfactoren en het constructieve uitgangspunt? Tijdens de realisatie leiden inkoop, uitwerking of samenstelling tot de daadwerkelijke emissie van het materiaal dat nodig is voor een project.
J.P. van Eesteren stuurt op alle fases. Aan de voorkant selecteren wij projecten op duurzaamheid en adviseren wij klanten hierover. Vervolgens opereren we tijdens de realisatie vanuit de regie. Want in de praktijk, daar gebeurt het écht. Hier kunnen we vanuit inhoudelijke kennis stappen maken door ketenpartners uit te dagen en aan te sporen, en zo tonnen CO₂-uitstoot te voorkomen.
Verduurzamen binnen het bestek
Duurzaamheid is dan ook geen experiment maar een strategische meerwaarde. Om deze aanpak te borgen, heeft J.P van Eesteren een afdeling Duurzaamheid. De afdeling draagt ons beleid uit binnen de organisatie, stuurt, leidt op, legt uit, ondersteunt en monitort daarbij.
Lilith van Assem is onderdeel van dat team en vanuit haar functie als programmacoördinator Duurzaamheid bij verschillende projecten van J.P. van Eesteren betrokken, waaronder RottaNova. Dit is een multifunctioneel gebouw van circa 41.000 m² in het centrum van Rotterdam, gelegen tussen de Laurenskerk en de Markthal. Boven de plint met retail en horeca worden 259 woningen gebouwd, verdeeld over twee torens en met een gemeenschappelijke, natuur-inclusieve daktuin in het middengebied. Naast de bouwcombinatie van J.P. van Eesteren en Dura Vermeer is Van Herk Groep betrokken als opdrachtgever en NEOO als ontwikkelaar/bouwdirectie.
“Er was al een technisch ontwerp opgesteld door de opdrachtgever ”, vertelt Van Assem. “Uit de nulmeting die we als bouwcombinatie deden, kwam een uitstoot van 356 kg CO₂ per m² BVO (voor de hele scope). Vanuit onze bedrijfsdoelstellingen zoeken we bij ieder project naar manieren om ten minste 10% CO₂-uitstoot te realiseren. Dankzij de goede onderlinge samenwerking en grote gedrevenheid van de bouwcombinatie en partners zoals BBC Bouwmanagement, Orion en Dyckerhoff Basal is het ook gelukt om een belangrijke reductie te realiseren. Voor RottaNova hebben we een plan voor 11% vermindering opgesteld op basis van beschikbare kennis in de organisatie en een alternatieve BCI-berekening. Daarbij werken we binnen het bestek én zijn de maatregelen zo veel mogelijk kostenneutraal.”
Vanuit onze bedrijfsdoelstellingen zoeken we bij ieder project naar manieren om ten minste 10% CO₂-uitstoot te realiseren. Dankzij de goede onderlinge samenwerking en grote gedrevenheid van de bouwcombinatie en partners zoals BBC Bouwmanagement, Orion en Dyckerhoff Basal is het ook gelukt om een belangrijke reductie te realiseren.
Lilith van Assem, programmacoördinator Duurzaamheid
Drie aandachtsgebieden
Op meerdere terreinen wordt CO₂ gereduceerd, legt Van Assem uit: nat beton, staal, prefab-onderdelen, afbouw en installaties. “We hebben verschillende besparingen kunnen realiseren op het gebied van beton. Zo hebben we serieuze impact gemaakt met ruim 790 ton CO₂-reductie door de inkoop van duurzamer wapeningsstaal. Ook voeren we in samenwerking met de betontechnoloog van Dura Vermeer, Sigrid Mulders, verschillende verduurzamingsstrategieën in beton door. Een grote reductie wordt bereikt door standaard met het CO₂-armere CEM III/B hoogovencement te werken. Dat levert een besparing van ruim 206 ton CO₂-eq op.
Naast deze maatregelen met veel impact leiden ook kleine ingrepen tot reductie. Door het toevoegen van staalvezels in de keldervloer om de krimp in de vloer te reduceren, bijvoorbeeld, besparen we op de toepassing van staal voor de krimpwapening. Dat levert 77 ton CO₂-eq reductie op.
Om besparingen te kunnen realiseren met prefab-onderdelen, voert de bouwcombinatie intensieve gesprekken met leveranciers. Van Assem: “Met Orion, die de breedplaatvloeren levert, gingen we in gesprek over het toepassen van een betonsoort met een lagere CO₂-uitstoot. Voor de prefab betonindustrie is het een uitdaging om deze cementsoort in te passen in hun reguliere productieproces. In meerdere gesprekken hebben we met elkaar gezocht naar het beste product, waarbij zowel in de wapening als in het cement het beste uitgangspunt is gezocht die past binnen de ontkistingscyclus van de fabriek. Dit lijkt te gaan lukken zodat we vanaf de achtste verdieping beton met koploperswaarde betonakkoord én low-carbon staal kunnen gaan toepassen. Naast sturen op CO₂-emissie op hele onderdelen hebben we ook een aantal pilots waarbij we innovaties testen in het project. Zo hebben we met Lammers Beton afgesproken om twee pilots te doen met de productie van CO₂-armere prefabbetonwanden en een dakplaat voor de bovenste verdieping van RottaNova. Hierbij maken we gebruik van geopolymeerbeton en biochar. Zo kunnen we samen leren en nieuwe mogelijkheden creëren voor opschaling van CO₂-armere elementen in toekomstige projecten. Daarnaast lopen nog twee pilots; zelfhelend beton in een kelderwand en gebruik van Olivijn in een in-het-werk gestorte wand in de toren.”
Ook in de afbouw en installaties zijn er mogelijkheden voor reductie. “Hierin kunnen we een verschil maken door opties te vergelijken en waar mogelijk te kiezen voor oplossingen met een lagere CO₂-uitstoot”, licht Van Assem toe. “Bijvoorbeeld de toepassing van bio-circular pvc voor de buizen van de vloerverwarming. TBI-onderneming WTH, de uitvoerende partij, kwam zelf met het voorstel om naar dit nieuwe product te kijken. De uitdaging ligt nu in het rond krijgen van de zekerheden van het product. Wat is de levensduur, wat zijn de garanties, hoe is de verwerking en hoe kunnen we die onderdelen aantonen? Tot slot willen we ook weten wat de kosten zijn van het toepassen van het product. Omdat we deze vragen stellen vanuit een concreet project, passeren echt alle technische uitdagingen de revue en worden ze soms wel en soms niet opgelost. Een ander voorbeeld van een nieuw product is de metalstudwand van Gyproc – het Gyproc SMART systeem – dat een CO₂-reductie biedt van circa 40%. Dit traject loopt nog.
Leren van wat niet lukt
Ondanks alle inspanningen lukt het niet altijd om een gewenste besparing te realiseren. Soms is daarvoor simpelweg meer tijd nodig. De bouwcombinatie deed bijvoorbeeld een voorstel aan Gemeente Rotterdam om constructieberekeningen te maken aan de hand van de sterkte van het beton na 56 dagen uitharden in plaats van 28 dagen. De sterkte van beton neemt namelijk nog verder toe na de voorgeschreven normtijd van 28 dagen. Zo kan met minder cement een dezelfde sterkte worden bereikt. Hoewel het voorstel niet werd overgenomen, zijn we nu wel in gesprek met Gemeente Rotterdam over hoe we dit met elkaar kunnen oppakken in volgende projecten in de regio Rotterdam. “Naar aanleiding van onze ervaringen met het project KJ Den Haag, waar we dit succesvol toepasten, hadden we goede hoop op een andere uitkomst”, zegt Van Assem. “Maar we blijven in gesprek hierover en zullen het ook bij nieuwe projecten aankaarten. Het kan namelijk echt een forse besparing in CO₂-uitstoot opleveren.”
Ook wilde de bouwcombinatie low-carbon glas toepassen in RottaNova. Hier bleek de fabrikant wel de gegevens van het low-carbon glas op orde te hebben maar niet de benodigde hoeveelheden voor dit project te kunnen leveren. “Dat was een waardevolle les, voor ons en voor de fabrikant”, zegt Van Assem. “Het leidt tot verdere gesprekken met de glasindustrie en de verwerkers over mogelijkheden voor verdere verduurzaming. En over hoe en wanneer de vraag te stellen. Daarna hebben we ook Velux benaderd met dezelfde vraag, ditmaal met positief resultaat. Nu wordt er in de zomer een dakkap geplaatst met low-carbon glas van AGC. Ook kijken we nog naar de mogelijkheden bij de inkoop van het glas en staal voor de balkons en windschermen.”
Stappen zetten
Het mag duidelijk zijn: om grote stappen te kunnen zetten op het gebied van duurzaamheid is de commitment van alle betrokken partijen cruciaal. Dat betekent dat je soms een lange adem nodig hebt. “We pakken als bouwers onze verantwoordelijkheid om te verduurzamen waar we kunnen. Maar we weten ook dat we alleen grote stappen kunnen zetten als we onze ketenpartners meekrijgen”, zegt Van Assem. “Daarom investeren we veel tijd en energie in het delen van kennis, blijven praten over nieuwe mogelijkheden en opzetten van pilots. Dan kunnen we samen grenzen verleggen en echt verder komen, als aannemer en als bouwsector.”